Tagarchief: Rutger Kopland

Langzame wereld


Klik op de foto voor een groter formaat

Wandeling
Onze gesprekken werden langzaam
onze vragen beantwoordden we met kijken
naar de langzame wereld om ons heen

de dorpen en landerijen in de diepte
de vogels bijna verdwijnend in de hemel

we gingen zitten kijken naar deze prachtige
onverschilligheid van de wereld
naar de overbodigheid van onze vragen
Rutger Kopland
(Uit: ‘Toen ik dit zag’, 2008)

Advertenties

Het is voorjaar, je wordt wakker


Klik op de foto voor een groter formaat

Er is iets in de zang van een merel
het is voorjaar, je wordt wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open – er is iets

waarvan de vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van die merel
Rutger Kopland

Brief uit het beloofde land


Klik op de foto voor een groter formaat

Je kunt gaan waarheen je wilt
maar er zit al weer zoveel terugkeer
in iedere stap en plaatsen van oud zeer
liggen in ieder landschap.

Ik moet al bijna huilen
als de avond in het dal warm
en volmaakt uit de bomen valt
alsof je voorgoed met de dingen
zou kunnen verdwijnen.

Hoe moet ik dat noemen liefje,
het doet niet zoveel pijn om pijn
te zijn, het maakt je niet blij
genoeg om blij te zijn.

Het beloofde land is verboden
Rutger Kopland

Deze lente gaat het toch weer over jou

Klik op de foto voor een groter formaat

Deze lente gaat het toch weer
over jou hoewel ik er langzaamaan
wel moe van ben

moe van regen, wind, flarden
bedrieglijk blauw in de lucht,
vage beloften van het einde
van de kou.

Ik weet wel dat ik toch weer
van je hou, maar moeizaam soms,
met dat doelloze

van vogels die er van lijken
te houden in regen en wind
te blijven rondhangen
boven het land.
Rutger Kopland

Je blijft iemand op wie wordt gewacht


Weggaan 
Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht.

Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.
Rutger Kopland

Foto gemaakt in de Laurenskerk

Brief van ver


Wat wil je weten? Ik ben
zo ver dat ik soms denk
de kleinste stap, het geringste
gebaar zullen genoeg zijn
om me terug te zien.

Het landschap in de regen
waarin ik schrijf is zo ver
zo niet te beschrijven, maar
de kleinste bloem, de geringste
steen wordt gewoon en dierbaar
als ik ze voor je meebreng.

Luister, het ruisen van de regen
neemt af, vogels beginnen hier
en daar weer te zingen.
Het kan nog net een paar
uurtjes voor de nacht valt.
Rutger Kopland

Foto gemaakt in de Kunsthal

Een lege plek om te blijven


‘Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.’
Rutger Kopland

Foto Monet gemaakt in Museum Boijmans Van Beuningen

Het verlangen naar een sigaret

Klik op de foto voor meer duin

Ken je het verlangen naar een sigaret,
naar die gelukkige tijd dat je nog rookte?

Niemand begrijpt dit verlangen behalve ik.

Ik herinner mij iemand die altijd
als ik iets zei dat ze niet begreep
antwoordde: op zich is dit heel intrigerend.

En ik herinner mij ook dat ik dan
die uitspraak een aantal malen
in mijn hoofd moest herhalen:
op zich is dit heel intrigerend
totdat de betekenis verdampt was.

God kan ondoorgrondelijke dingen met ons doen
dankzij het feit dat hij niet bestaat

en zo kunnen ook ondoorgrondelijke dingen
worden beweerd dankzij het feit
dat ze nergens over gaan.

Sinds ik dit bedacht begrijp ik veel meer.

Het verlangen naar een sigaret is
het verlangen zelf.
Rutger Kopland

To let myself go Ane Brun

Zoals de pagina’s van een krant


Zoals de pagina’s van een krant
in het gras langzaam om
slaan in de wind, en het is de wind
niet die dit doet,

zoals wanneer een deken in de avond,
buiten, ligt alsof hij ligt
te slapen, en het is de deken
niet, zo

niets is het, niets dan de verdrietige
beweging van een hand, de weerloze
houding van een lichaam,

en er is geen hand, er is
geen lichaam, terwijl ik toch
zo dichtbij ben.
Rutger Kopland