Tagarchief: verbondenheid

‘Vriendschap geeft ogen aan de afstand en een stem aan de stilte’

De situatie met mijn vriendin ver weg laat me niet los. Ik probeer te achterhalen waar en wanneer de toon veranderd is. Binnenkort spreek ik haar waarschijnlijk voor het eerst in een maand weer. De afgelopen vijf jaar is er nooit een wolkje aan de lucht geweest. Zij is een van de zeer weinige mensen bij wie ik mezelf kan zijn en aan wie ik m’n diepste gedachten toevertrouw. Deze keer voelt het anders, er zijn een aantal dingen gebeurd die ik niet begrijp, die ik niet kan rijmen met hoe ik haar heb leren kennen. Wat is mijn aandeel erin? Kritisch neem ik m’n eigen gedrag onder de loep. Als het niet goed met me gaat en er daarbovenop vervelende dingen gebeuren heb ik de neiging om me terug te trekken. Iets waar ik me steeds meer tegen probeer te verzetten, niet alleen geeft het de ander alle ruimte om dingen voor me in te vullen, ook wil ik af van dat verlammende gevoel.

'It's the friends you can call up at 4 a.m. that matter'

Het idee dat je in de verkeerde film bent beland en niets anders meer kunt doen dan gelaten toekijken terwijl mensen om je heen de ene na de andere voorbarige conclusie trekken. Wat ook steeds duidelijker wordt is dat ik ondanks dat ik assertief ben op sommige gebieden me af en toe toch te bescheiden opstel. Een beetje bescheiden is prima, maar als je te veel rekening met andere mensen probeert te houden dan bestaat het gevaar dat dat als normaal wordt gezien en doe je bovendien jezelf tekort. Voor een deel ligt dat aan mij omdat ik mensen vaak te veel ruimte geef, ten dele ligt dat ook aan de ander die zelf verantwoordelijk is voor zíjn reactie daarop. Hoe dit verder gaat weet ik niet*, laat ik van het positieve uitgaan zoals ik meestal doe en hopen dat wederzijdse eerlijkheid, openheid en vertrouwen de vriendschap instandhouden.
Marjelle

Postcards from Italy Beirut

Titel: uit het werk van Johan Daisne

*Inmiddels is alles uitgesproken

Advertenties

Go back to the Zoo

Flarden van het gesprek van gisteren komen terug. M. is een bijzondere vrouw en een van de zeer weinigen die me echt ziet en begrijpt. Jammer dat we elkaar niet op een ander moment, op een andere manier zijn tegengekomen, maar misschien moest het zo zijn. Dat is een van de dingen die ik de afgelopen jaren steeds meer geleerd heb: loslaten en accepteren. ‘To go, or not to go: that is the question’ twitterde ik daarstraks. Aan de ene kant trekt het beeld van de zee met mij pootjebadend in de golven me aan, aan de andere kant spreekt het idee van een strand bezaaid met blote lijven me een stuk minder aan.

Acht minuten over twee, m’n keuze is gemaakt, die ene trein haal ik toch niet. Ik heb meer behoefte aan groen en dieren om me heen nu, letterlijk ‘een wereld van mooie plaatjes’, maar dan heel anders dan in het gelijknamige boek van Simone de Beauvoir. Op weg naar Blijdorp ga ik eerst even bij Floor langs voor een warm broodje, de Zoo-catering is niet echt aan mij besteed, hopelijk krijgen de dieren malsere brokjes. Het is lekker in de stadstuin waar ik onder een parasol zit met een schrijfblok binnen handbereik.

Even later fiets ik naar m’n eindbestemming, slenter door Chinese tuinen en fotografeer pasgeboren zwijntjes, best schattig als ze nog zo klein zijn. Bij de lama’s ontdek ik ook een nieuwe telg, het staat nog heel rank op z’n pootjes en z’n vachtje lijkt wel van fluweel zo zacht. Helaas mislukt onze fotoshoot, het woord ‘stilstaan’ komt nog niet voor in babylamataal. Heerlijk als er zo weinig mensen zijn en ik het dierenrijk alleen heb. Af en toe komen vervelende gedachten op,  die ik vervolgens resoluut van me afschud en mezelf herinner aan het mooie compliment wat M. me gaf. Ik ben hier, nu, zon,  groen, …, morgen zien we weer verder.
Marjelle

Electric Go Back to the Zoo (Amsterdam Acoustics)

Liever verliefd?

Met mijn gedachten ergens anders ben ik altijd overal, deze spreuk van Loesje is mij op het lijf geschreven. Als ik de fiets in het gras zet en het nest met mamaooievaar bekijk dat zich aftekent tegen de strakblauwe lucht komt opeens de herinnering aan Angistri in me op, een toen nog ongerept Grieks eilandje waar ik ooit was met ex-liefste vriend Hans. Ik proef haast de fasolakia, drink bijna een slokje retsina en geniet net niet van het uitzicht op de baai. Vervolgens dwalen mijn gedachten naar Glil Yam, een van de kibboetsen waar ik geweest ben. Weer zie ik het knappe gezicht van Uri voor me, vakantieliefje met mooie donkere krullen, een echte macho toen al, hij net 16 ik 19.


Het gedachtesprongetje naar Martin, mijn eerste liefde
, is gauw gemaakt. Ik ging juist naar Israel om hem te vergeten nadat er een eind was gekomen aan onze relatie op mijn verjaardag. Ik herinner me een foto waarop ik bruinverbrand in rode bikini op het harde kibboetsbed zit, stokbrood en chocola in een hand, de toekomst aan m’n blote voeten. Cuby en Martin zijn ook onlosmakelijk verbonden, ik heb dat bluesnummer grijs gedraaid toen ik erachter kwam dat hij was vreemdgegaan. Ik toen nog zo jong en onervaren, vol vertrouwen, hij een aantal jaar ouder, energiek en lief, maar ook onbetrouwbaar. Geen toeval dat ik daarna een lange periode alleen maar korte relaties heb gehad. Allerlei namen schieten door m’n hoofd, hoe zou het nu met Louis gaan of met Delano? Ik zou ze allemaal best nog één keer willen zien.
Marjelle

The Fun Powder Plot Wild Beasts

* ‘Liever verliefd’ naar het boek van Simone Lensink en de gelijknamige film van Pim van Hoeve

‘Run, baby, run!’

Het beloofde mooie weer laat vandaag op zich wachten, maar op het moment dat ik de deur uitga breekt de zon dan toch door. Ondanks het klamme weer fiets ik in een stevig tempo naar het Langepad aan de rand van het Kralingse bos waar de Run for KiKa wordt gehouden. Doel van deze sponsorloop is geld inzamelen om daarmee kinderkanker nóg beter te behandelen en te genezen. Het is kwart over drie, om half vier begint de KidsRun van 1 km. Voordat ik de kleine lopertjes op de foto ga zetten, eet ik eerst nog snel een tosti-zonder-ham op het vlakbij gelegen Taste-terras.

Met een kop thee in m’n hand en de zon op m’n gezicht kijk ik met respect  naar de laatste vermoeide volwassenen die voorbijdraven en er inmiddels bijna 10 km op hebben zitten. Opeens komt er uit het niets een meisje op skates in volle vaart op me af, het gaat zo snel dat ik niet eens iets roep, alleen maar m’n handen bezwerend voor me uitsteek, gelukkig heeft niemand zich pijn gedaan. Op weg naar de start kom ik nog een bekend gezicht tegen, ik twijfel geen seconde en maak een foto van Joanna met haar Engelse bulldog. Daarna zijn de KiKa-kids aan de beurt, klein en groter door elkaar, enthousiast zijn ze allemaal. Ik glimlach terwijl ik het ene plaatje na het andere schiet.
Marjelle

Sun it rises Fleet Foxes

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Een zee van witte paraplu’s…

Gisteren werd ik na een paar uur om 06:17 uur wakker en kon niet meer in slaap komen. Eenmaal uit bed merkte ik pas goed hoe moe ik was en dat uitgerekend op de dag dat ik naar Utrecht zou gaan. Al ben ik niet zo’n ‘demonstratief’ type en hou ik helemaal niet van groepen, toch had ik deze keer besloten om me daarover heen te zetten en op Wereldvluchtelingendag mee te lopen met de Umbrella March van VluchtelingenWerk. Onderweg in de trein besloot ik de paraplu te laten zitten, aangezien ik met tas om m’n nek en plu in m’n hand geen fotoserie kan maken. Later bleek ik een van de weinige mensen zonder te zijn.

De zon brak door toen ik op Centraal uitstapte en verder liep naar Park Nieuweroord, het vertrekpunt. Er stonden al een hoop mensen te wachten en ik zag onder andere de bekende gezichten van Dieuwertje Blok en Aleid Wolfsen. De sfeer was gemoedelijk, het viel me op hoe vriendelijk de mensen waren. Nadat Dieuwertje het startsein had gegeven, ging de witte stoet op weg onder begeleiding van een drumband en een aantal politieagenten. Ik sloot me erbij aan en belandde uiteindelijk achter de eerste rij deelnemers met ondermeer Dorine Manson, directeur VluchtelingenWerk. Af en toe sprintte ik even voor de meute uit om foto’s te maken.

Na een wandeling van een uur kwamen we ten slotte bij het asielzoekerscentrum aan. De drumband gaf een toegift, daarna volgden een aantal sprekers, waaronder Paul Mbikayi en Aleid Wolfsen, de laatste benadrukte dat ‘asielrecht een mensenrecht is en dat het jammer is dat daar in Nederland soms vraagtekens bij worden gezet’. Met de komst van Gerd Leers was ik een stuk minder blij, ik herinner me nog de harde woorden die hij bij P&W sprak over asielbeleid en zijn beklemtoning van het verschil in verantwoordelijkheid als burgemeester en als minister. Bij zijn ‘mensen die echt in nood zitten, zijn welkom in Nederland’, voelde ik m’n wenkbrauwen dan ook steil omhooggaan.

Cruciaal daarbij is natuurlijk welke interpretatie wordt gegeven aan het woordje ‘écht’. Het geheel werd op een ontwapenend-enthousiaste manier aan elkaar gepraat door Dieuwertje. Tussendoor trad ook nog Nihad Hrustanbegovic op, een klassieke accordeonist uit Bosnië. Moe van het slenteren, hangen en stilstaan en blij dat ik toch gegaan was besloot ik geen gebruik te maken van de bussen die klaarstonden om iedereen weer bij het station af te leveren, maar de drie kilometer terug te lopen. Nadat ik op Centraal gauw een meeneembroodje & thee had gekocht, haalde ik nog net één minuut voor vertrek de trein naar Rotterdam.
Marjelle

Zwaarste last vluchtelingen voor arme landen

Aicha Cheb Khaled

Zal ik weggaan of zal ik blijven?

Wat zal ik doen? M’n ex bellen naar aanleiding van z’n mail over puzzeldingen en andere dingen die voorbijgaan, een nummer van de Fleet Foxes opzetten, piekeren over de verkeerde dingen en mensen, nog meer toegeven aan m’n Tweetbui, van het kastje naar de muur lopen, kijken of er tussen wolk en zon nu wel een regenboog tevoorschijnkomt, niet aan H. denken en ook niet aan–, googlen op fitness-dvd’s, m’n mail checken, gro(o)t(s)e plannen maken, een duik nemen in de kast op zoek naar chocola, een druilerig zondagmiddagblogje schrijven, Ceylon-thee zetten, hopen dat het morgen niet regent in verband met m’n wandelafspraak, alvast een ei hardkoken voor in de sla, een wereld aan mogelijkheden strekt zich voor me uit, maar om met het begin te eindigen…
Zal ik weggaan of zal ik blijven?

Marjelle

Mykonos Fleet Foxes

Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden,
mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken:
zo is het genoeg,
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken,
hem voorzichtig opendoen
en weggaan- met kleine zachtmoedige passen?
Of zal ik blijven?

Zal ik blijven?
Toon Tellegen

Persoonlijk record!

Wat is het benauwd, ik sla de deken van me af en kruip weg onder het dekbed. M’n voorhoofd gloeit, m’n rug doet pijn, maar ook m’n vingers stribbelen tegen als ik ze strek. Langzaam dringt tot me door dat ik koorts heb én vandaag jarig ben. Het doet me terugdenken aan afgelopen kerst en oud en nieuw, toen wist ik nog weinig van schildklieren en begreep niet waarom ik om de haverklap ziek was. Inmiddels blijkt het een met het ander samen te hangen, zoals zo vaak. Voorzichtig sla ik m’n benen over de rand en voel ze bijna onder me vandaan glijden. Een ding is meteen duidelijk, jarig is op dit moment van ondergeschikt belang, ik moet eerst proberen deze griepaanval weer te overleven en vervolgens m’n lichaam in een gezonder gareel zien te krijgen.


Nu begrijp ik waarom ik het gisteravond opeens niet meer koud had en me beter leek te voelen dan de dagen ervoor, het was een korte opleving. Even dacht ik dat er een stijgende lijn in zat en was al blij dat ik geen wattenhoofd en tintelingen had, wat ik ook tegen M. zei, een van de weinige mensen die werkelijk weet wat vriendschap inhoudt. Niet te vergelijken met vandaag, nu ben ik te ziek om iets te doen. Een paar woorden kwamen in me op daarstraks in bed: ‘rust, vitamines, aan leuke dingen denken’. Laat ik daar eens mee beginnen en in die volgorde. Wat zal ik kiezen om bij weg te dromen, prachtige zonovergoten stranden, heerlijke Griekse boontjes, mooie mannen of gewoon een combinatie van…
Marjelle

Andere namen Herman van Veen

Foto Witold Riedel

Verraden

In een brandende 33 graden fiets ik woensdag naar Loods Celebes, ver voorbij de Erasmusbrug. Het zweet gutst van m’n voorhoofd terwijl ik ingespannen kijk of ik een groene container zie. Wijn of water, alleen al om de naam wilde ik ernaartoe, blijkt nog gesloten ondanks de informatie op de site. De vriendelijke jongen biedt me iets te drinken aan. Met een glas tonic sta ik even later in de zinderende hitte op het terras en laat het uitzicht op me inwerken. Er hangt een vreemde sfeer, een gevoel van leegte, grote en kleinere schepen die roerloos aan de kant liggen in afwachting van actie, hier en daar een verdwaalde werknemer die geniet van z’n sigaret, hoge gebouwen met spiegelende ramen die niets verraden van wat zich erachter afspeelt.

Op de terugweg maak ik foto’s van alles wat er op het water deint en golft, een politieauto rijdt loom de hoek om, ook agenten hebben het warm. Dit is een voor mij nog relatief onbekend stuk Rotterdam, ik rijd langs de Euromast, ‘hoog, Sammy, kijk omhoog’, met aan de voet ervan groepjes toeristen. Ik kom langs een drijvend wokrestaurant, zie café De Ballentent voorbijflitsen en beland uiteindelijk weer op de mij zo vertrouwde Boompjes. Ondertussen droom ik van een verkoelende douche en van de zee waar ik morgen misschien m’n pootjes in ga baden, afgewisseld met gedachten aan H. Gisteren voelde ik weer die pijn opvlammen, verdriet om wat opeens weg is na vijfentwintig jaar en tranen om de manier waarop.



‘Ik voel me verraden’, besefte ik, terwijl m’n handen automatisch doorgingen met borden afspoelen, ‘door de laatste persoon waarvan ik het ooit had verwacht’. Het heeft m’n vertrouwen in liefde en oprechtheid een klap gegeven. Toch ben ik niet eens kwaad, maar misschien zit die primaire woede veel dieper weggestopt, bovendien ben ik heel loyaal en kost het me zelfs nu nog moeite om een woord als ‘verraden’ in combinatie met hem te gebruiken. Maar mijn waarheid moet er ook uit, mijn onderste steen boven, ik heb hem lang genoeg beschermd.
Van de voornamelijk vrouwen die ik de afgelopen paar jaar heb ontmoet heb ik bij bijna niemand echte herkenning of momenten van verbondenheid gevoeld, wel verbazing af en toe over hoe bang mensen kunnen zijn voor openheid en eerlijkheid, nu was ik vooral vriendschap met mannen gewend. Steeds meer vraag ik me af of ik die ooit nog tegenkom, mensen die me raken en geraakt worden door mij. Zonder liefde staat mijn wereld stil.
Marjelle

The Chain Ingrid Michaelson

I had a dream

Gisteren werd ik wakker met een droom nog half in m’n hoofd, soms zijn dromen zo dichtbij dat je de mensen erin bijna letterlijk aan kunt raken, deze keer was dat ook zo.
De hoofdpersoon was een blogger die er heel anders uitzag dan ik me op basis van een oppervlakkige beschrijving had voorgesteld. Daarnaast kwam er nog iemand in voor die ook belangrijk was, maar waarvan alleen duidelijk werd dat het om een man ging. Een vriendin speelde een bijrol en was jonger en mooier dan in werkelijkheid. Toch herkende ik de man die er heel anders uitzag dan ik dacht meteen, we keken elkaar aan, omhelsden elkaar en ik wist zeker dat hij het was. Het voelde zo vertrouwd en veilig alsof ik hem al m’n hele leven kende. Toen ik later loom m’n ogen opendeed, voelde ik nog een zweem van de verbondenheid die ik kwijt ben geraakt afgelopen jaar en even in deze droom terugvond.

Vandaag ontwaakte ik met het vervolg in m’n hoofd. Het verhaal had een vreemde wending gekregen, er kwam nu een andere man in voor die mij op een bepaald moment begon te zoenen. Alleen op een manier die ik niet echt lekker vond, met z’n tong bijna in m’n keel, maar ik deed m’n best om er nog wat van te maken. Opeens verscheen achter glas het gezicht van de man die er heel anders uitzag dan ik dacht. Hij zei dat we het niet goed deden. Dat irriteerde me waarop ik tegen de andere man zei ‘ik zal hem weleens laten zien dat dat onzin is’. Vervolgens liep ik naar boven, op zoek naar de man achter glas en was er helemaal klaar voor om hem een zoen te geven die hij nooit meer zou vergeten… toen werd ik wakker.

Marjelle


Die Alone Ingrid Michaelson

Vonkelwater

De zon brandt op m’n arm, ik kijk naar de witgelakte motorbootjes voor me met op de achtergrond welig groen en hier en daar een dansende vlinder. Tonic met citroen wordt zo gebracht, er is geen wolkje aan de lucht op een paar schaapjes na, toch is het voor een groot deel schijn. In werkelijkheid speelt mijn leven zich niet louter af op terrassen in de zon al dan niet aan het water.

Vlakbij ligt een te grote hond aan een veel te lange lijn mij aan te staren. ‘Zou hij voelen dat ik niet op m’n gemak ben of heeft-ie toevallig een voorkeur voor broodjes kaas?’ vraag ik me af. Ik besluit nog een kop thee te bestellen als ik hond en getatoeëerde baas zie vertrekken. De rust keert weer, al is het aan de oppervlakte, vanbinnen knaagt het. ‘Grote liefdes raak je nooit meer kwijt. En dat hoeft ook niet. Verdriet en koestering’* stond er laatst in de reactieruimte en zo is het.

Een felwit pak en rode schoenen trekken m’n aandacht, na Aboutaleb is dit de tweede BN’er die ik tegen het lijf loop. Hij geeft samen met Herman den Blijker hotels een make-over, z’n naam weet ik niet. Ik hou er wel van als mensen en dingen omgetoverd worden, maar het moet geen extreme vormen aannemen. Een tafeltje verder zit een leuke man met lange krullen, jongensachtig, beetje druk, echt Rotterdams. De zon verstopt zich opeens achter donkere wolken en ik twijfel tussen teruggaan of doorfietsen het onbekende tegemoet.

Via een slingerpaadje steeds dieper het bos in beland ik ten slotte bij een hertenkamp. Ik klim op een van de bankjes om de dieren van bovenaf te fotograferen, maar dat schiet niet op met m’n 1.64m. Ik besluit tussen de spijlen door foto’s te maken, een vak apart blijkt later. Een pauw volgt me trots en nieuwsgierig, maar weet nog niets van stilteposes. Sommige herten komen op kruimels af die ik niet in m’n hand heb. Op het laatst zie ik nog een stoere eland die te beweeglijk is voor m’n camera. Later als ik de weg weer kwijt ben, word ik door een aardige student op het juiste pad gezet. Aan m’n linkerhand zie ik de Schone Lei liggen waar ik een glas wijn neem en geen laatste sigaret.
Marjelle

Vonkelwater

Ek het gedink
Ek het gedink dat ek jou kon vergeet,
en in die sagte nag alleen kon slaap,
maar in die eenvoud het ek nie geweet
dat ek met elke windvlaag sou ontwaak:

Dat ek die ligte trilling van jou hand
weer oor my sluimerende hals sou voel-
Ek het gedink die vuur wat in my brand
het soos die wit boog van die sterre afgekoel.

Nou weet ek is ons lewens soos ’n lied
waarin die smarttoon van ons skeiding klink
en alle vreugde terugvloei in verdriet
en eind’lik in ons eensaamheid versink.

Ingrid Jonker

Glass Ingrid Michaelson

*Aad Verbaast