Tagarchief: familie

Huis-, tuin- en keukendingen?

Gisteren voelde ik ondanks slaaptekort hernieuwde energie na de afspraak met M. Ik hoorde dingen over m’n vader† die ik niet eerder gehoord had, de manier waarop ze erover vertelde was zo echt, zo intens dat ik onmiddellijk wist dat het waar was. Hij is nu dichterbij dan eerst. Ook vandaag houdt dat gevoel aan. Vanaf Marconiplein loop ik naar de Da Costastraat, ik heb een afspraak bij de pedicure, m’n voetjes mochten wel een keer verwend worden vond ik. Aardige vrouw, we raken aan de praat over het leven, mannen, vreemdgaan en burenoverlast. Herkenning is er op een aantal fronten, haar buren lijken als twee druppels water op de mijne. De hoop op verandering heeft ze allang opgegeven, net als ik droomt ze af en toe van een rustige plek.


Op tintelende voeten wandel ik weer naar buiten, onderweg begint het te motregenen. Ik vraag aan een voorbijganger, man blauwe ogen, waar het dichtstbijzijnde metrostation is. ‘Dat is nog ruim 1 km lopen’, zegt hij vriendelijk. Als hij m’n teleurgestelde gezicht ziet biedt hij aan om me met de auto ernaartoe te brengen. Wat lief, denk ik, maar sla toch het aanbod af. Eenmaal aangekomen in het Wester Paviljoen zie ik dat ik een telefoontje heb gemist van de woningbouwconsulente die ik al wekenlang probeer te pakken te krijgen. Het VoiceMail-bericht meldt dat ze volgende week een afspraak heeft met mijn bovenburen. Eindelijk actie na een paar maanden mailen en bellen. Als ik thuiskom zie ik nog iets wat me blij maakt, wanneer daarna de buren keiharde muziek opzetten, de drums dreunen door het plafond heen, probeer ik dat positieve gevoel vast te houden hoe moeilijk dat ook is.
Marjelle

Foto gemaakt in Huis Sonneveld

Vuoi Vuoi Mu, Idjagiedas Mari Boine

Advertenties

De Familiebank


I knew 22Pistepirkko

Wie zie je het liefst, de poes of mij?

‘Wie zie je het liefst, de poes
of mij?’ vraagt ze.

En zoent me, niet om mij,
maar om haar lippen te proberen.

Als ik haar optil, slaat ze haar armen
om me heen omdat ze anders valt.

Als ik haar neerzet loopt ze weg
en ik haar na.

Nader is een comparatief die nooit
eindigt, zoals vader.
Herman de Coninck


Leap The Cave Singers

Verstoppertje?


Witte jassen…

Afgelopen maandag had ik m’n eerste afspraak met de endocrinoloog, in dit geval een -loge. Ik fietste langs onze oude flat, het leukste huis waar ik ooit heb gewoond. Het had ‘iets’ en heeft zelfs bijna een rol gespeeld in een Nederlandse film. ‘Dag huis!’ zwaaide ik en trapte door naar de ziekenhuisingang waar een ambulance en dito mannen voor de deur stonden te wachten op hun volgende slachtoffer. Ondertussen liepen mensen met donkere zonnebrillen en dikke verbanden in en uit. Ik haalde even diep adem en stapte vervolgens de drempel over. Zo’n wittejassenomgeving is niets voor mij, ik heb een hekel aan de steriele sfeer die er hangt, aan het gevoel van compleet overgeleverd te zijn aan wildvreemden in het besef van de nietigheid en breekbaarheid van je bestaan.

De enige operatie die ik heb meegemaakt was die keer dat m’n amandelen geknipt moesten worden, ik herinner me de zachte smaak van ijs en het je klein voelen in een groot bed. Ook de herinnering aan m’n vader in z’n ziekenhuisbed komt naar boven, hij was toen een schim van wat hij ooit geweest was. Ik weet nog goed dat een verpleger hem probeerde over te halen om zich te laten scheren, terwijl elke aanraking pijn deed en de dood al in zijn ogen stond. ‘Want dan zien we er veel beter uit’, grijnslachte de jongen. M’n vader sputterde tegen en ik viel hem onmiddellijk bij. Die dag werd er niet geschoren.

Maar ik dwaal af. Eenmaal in de wachtkamer aangekomen zat een aantal mensen tamelijk suf voor zich uit te staren, allengs bleek dat zelfs om kwart over elf afspraken al uitliepen. Ik vroeg me hardop af hoelang degenen dan wel niet moesten wachten die bijvoorbeeld pas eind van de middag een afspraak hadden. De gelaten gezichten en witte ziekenhuisgangen beklemden me, even moest ik de neiging bedwingen om op te staan en nooit meer terug te komen, in plaats daarvan zei ik tegen het baliemeisje ‘ik ga even theedrinken’. Een half uur later was ik aan de beurt, het gesprek en onderzoek verliepen vlot, toen ik alweer buiten stond bedacht ik wat ik allemaal nog had willen vragen, maar ze was in ieder geval wel vriendelijk, dat scheelt.
Marjelle

My Home Ghost Husky Rescue

‘Eigen volk’

M’n hoofd staat momenteel meer naar een luchtige film of ontspannende animatie dan naar een documentaire. Al kijk ik die regelmatig met veel plezier, met name de Canvas-uitzendingen zijn vaak erg goed. Toch overweeg ik om deze keer het vpro-programma ‘Eigen volk’ van Neske Beks aan me voorbij te laten gaan ondanks het intrigerende verhaal. Een familiekroniek waarin de geschiedenis van de Vlaams-Afrikaanse arbeidersfamilie van de regisseuse gevolgd wordt. Snotterend pak ik de zoveelste Kleenex, inmiddels lopen de tranen letterlijk over m’n wangen. Aangezien de film waarin ik beland ben m’n aandacht niet kan vasthouden en ik geen energie heb om iets anders te zoeken, zap ik langs wat zenders.

De griep die op m’n verjaardag is begonnen is met recht de ergste die ik ooit heb gehad. Voor het eerst kwamen de hoestbuien al na één dag, later aangevuld met niesbuien, inmiddels ben ik een nies of honderd verder de afgelopen dagen. Alles doet pijn, spieren liggen in een kramp, liggen gaat moeizaam, zitten ook. Zeer tegen m’n gewoonte in slik ik nu elke dag pijnstillers, deels om de koorts in bedwang te houden, deels om m’n spieren af en toe te ontkrampen en een tijd geen pijn te hebben. Ik ben bijna uitgezapt als ik opeens een Vlaams accent hoor, meteen is duidelijk dat het de bewuste vpro-documentaire is. Geen idee hoe lang het programma al bezig is, ik vergeet even alles om me heen en blijf geboeid kijken tot de laatste minuut.

Wat kun je er nog meer over zeggen, behalve dat het ontroerend is, gaat over echte mensen met echte gevoelens, sober in beeld is gebracht, liefdevol gemaakt en deprimerend op momenten. De ziekenhuisscène op het einde met de oude Flor deed me aan m’n eigen vader denken, een schim na de operatie, en aan de moeizame communicatie tussen ons.  De beelden waarop te zien is hoe blij en trots Abdoulaye is als z’n papa voor het eerst in jaren langskomt bij het café waar hij werkt zijn indringend. ‘Iedereen zit op iedereen te wachten’, zeggen de hoofdpersonen aan het slot tegen elkaar. Wat jammer dat het soms zelfs een leven lang duurt, denk ik.
Marjelle

Wizard Flurry Home Mariee Sioux

Het Vlaams Belang belooft terugkeer-politiek,
maar waar moet ik dan naar terug dan, want ik ben van hier.
Ik kan niet terug naar Afrika, want ze hebben geen Vlaams bier
en ik heb nooit getwijfeld over België

Uit een van de meeslepende nummers in de docu (helaas niet te vinden op Youtube)

‘Ga je mee naar VDGG?’

Een paar dagen geleden
Opeens hoor ik m’n mobieltje
in de verte piepen, vergeten uit te zetten, ik strek m’n pijnlijke spieren en draai me nog een keer voorzichtig om, de wereld moet even wachten tot ik weer beter ben. Later blijkt dat H. en F. gebeld hebben, de eerste om me nogmaals te feliciteren en te vertellen dat de lente is begonnen. ‘Het was zo zacht vandaag’, hoor ik haar stem op de VoiceMail, ze hoopt dat ik er ook een glimp van opgevangen heb vanuit de lappenmand. De tweede is m’n broer die een heel verhaal heeft ingesproken met als kernvraag of ik zin heb om mee te gaan naar het optreden van Van der Graaf Generator in Tivoli eind maart.

Verleidelijk idee, al moet ik er nu met m’n koortsige lijf niet aan denken, maar over twee weken is dat hopelijk heel anders. De laatste keer dat ik ze live heb gezien was in Amsterdam met J., m’n vorige ex. We waren toen net uit elkaar, maar wilden die afspraak toch door laten gaan. Al had de avond een beladen randje, toen de band eenmaal begon te spelen liet ik me meevoeren op de muziek. Even niet denken, alleen maar zijn. Ditmaal gaat m’n camera wel mee, alleen heb ik geen ervaring met fotograferen bij kunstlicht. De laatste keer in het WMDC waren dan ook alle foto’s jammerlijk mislukt.
Marjelle

When She Comes Peter Hammill

Foto Witold Riedel

Mountain queen

Bepakt en bezakt rijd ik naar het station, of je nu een weekend weggaat of een week, je hebt bijna evenveel spullen nodig. Behoedzaam balancerend op de fiets met twee tassen om m’n nek en een laptop achterop baan ik me een weg door het verkeer. Dit soort toeren haalde ik niet uit toen ik twee jaar geleden net vanuit klein-Weesp naar groot-Rotterdam was verhuisd. Ondertussen ben ik steeds overmoediger geworden en sprint ik door de stad. Aan het einde van de reis wacht m’n broer in Tilburg. De laatste keer dat we elkaar ontmoetten was het hartje winter en glibberden we ’s avonds naar een eetcafé. Inmiddels is het zomer, vandaag doet het weer er alles aan om dat ook waar te maken, een stralende zon verwelkomt me als ik de trein uitstap.




toen ik laatst aan de telefoon voorstelde om naar hilvarenbeek te gaan, reageerde hij met ‘o, die dierenshit’. even later bleek dat positief bedoeld, want hij wilde best weer een keer naar de beekse bergen toe. zaterdag om twee uur staat een slaperige broer op het station. hij komt net uit bed, vertelt hij, en tovert uit een van de vele zakken van zijn jas een banaan tevoorschijn. na kluisje huren, paalcontact en treintaxi komen we ten slotte bij het safaripark aan. het eerste wat me opvalt is hoe groots het is opgezet. je kunt er met de bus, boot of wandelend doorheen. ik kies voor boot, hij voor lopen, het compromis wordt wandelen en de boot terug. het is lekker om samen door het park te slenteren, naar de dieren te kijken die her en der loom liggen of aan een tak bungelen, foto’s te maken met de zon op je gezicht. de meeste hebben gelukkig de ruimte, ik hou niet van dieren en mensen in hokjes.

er hangt een gemoedelijke, ontspannen sfeer, van drukte is weinig te merken. op een gegeven moment zijn we zelfs de enigen in de wijde omtrek. ‘heerlijk rustig is het nu’, zeg ik tegen hem terwijl we naar de vreedzame coëxistentie van runderen, kamelen en onagers kijken. plotseling horen we een luid geloei opstijgen, even later komt er een jeep met voer aanrijden, hét sein voor de dieren om er eensgezind naar toe te draven. in een poging dat beeld zo natuurgetrouw mogelijk vast te leggen loop ik over verboden grasland steeds dichterbij. op dat moment verschijnt er uit het niets een ranger, blond met blauwe ogen. hij vertelt me vriendelijk dat ik daar niet mag komen en dat het park inmiddels gesloten is. m’n broer en ik kijken elkaar verbaasd aan, dan wordt duidelijk waarom. aangezien onze afspraak vorige week niet doorging zijn er inmiddels andere openingstijden. geen wonder dat het zo rustig was.

marjelle

I wish I could Alquin

Als ik dood ben…

De zon brandt op m’n gezicht, ik moet oppassen, besef ik. Sinds ik de vorige keer in Apeldoorn met T. bijna de hele dag in parken en op terrasjes heb gezeten, is m’n zonne-allergie weer teruggekomen. Die rode bultjes vormen nog een herinnering aan een leuke ontmoeting. Voor het eerst in tijden zit ik weer op het terras van de Kunsthal die ik altijd nog eens van binnen wil bekijken, maar niet met deze zomerse temperaturen. De drie konijnen voor me baden in de zon, straks zet ik ze op de foto. Dat is het makkelijke van deze exemplaren, ze zitten muisstil, niet te vergelijken met het onstuimige gedrag van hun pluizige soortgenootjes van de kinderboerderij.

Een paar kinderen gebruiken het voorste konijn als glijbaan, het speels-nostalgische doet me denken aan Hairnet Paradise, een nummer van CocoRosie dat me eergisteren dwars door m’n ziel sneed. Zo boordevol heimwee, verlangen, lief en pijnlijk tegelijk. De emoties van het afgelopen jaar kwamen er weer uit, net als een aantal weken geleden toen ik bij A. was en hij over z’n vader vertelde die recent is overleden en nooit knuffelde of iets positiefs zei. Tot m’n schrik sprongen opeens de tranen in m’n ogen, omdat ik m’n eigen vader deels in het verhaal herkende. Dat intens verdrietige gevoel – om dingen en mensen die er niet meer zijn of nooit zijn geweest, om het leven dat af en toe z’n eigen onbegrijpelijke gang gaat waarbij je soms alleen maar machteloos toe kunt kijken – is de afgelopen dagen blijven hangen.



Als het nummer op een cd had gestaan in plaats van op Youtube, dan had ik het inmiddels grijsgedraaid. ‘Misschien wel een geschikt lied voor als ik straks dood ben’. Die gedachte komt plotseling in me op. Ik moet het er toch eens met m’n broer over hebben de volgende keer dat ik in Tilburg ben. Waarschijnlijk deze zomer nog, we zien elkaar zo’n beetje elk jaar. M’n vriendin begon er recent over, niet meteen over als ik dood was, meer in het kader van wie er gewaarschuwd moest worden als ik onverhoopt een ongeluk kreeg en in het ziekenhuis belandde. Dat krijg je als je alleen woont en op-een-na geen familie hebt, dan moet je dat soort dingen regelen. Misschien moest ik dat ook maar eens echt gaan doen.
Marjelle

Beautiful Boyz
CocoRosie & Antony Hegarty

Appaloosa’s?

Het grijze herfstweer staart me mistroostig aan, ik probeer niet aan de naderende winter te denken en ook niet aan andere dingen. In het verleden vroeg ik me weleens af of ik niet per ongeluk in het verkeerde huis geboren was, maar voor een adoptiekind leek ik weer net iets teveel op m’n ouders. De laatste jaren komt daar ook een steeds sterker wordend gevoel bij van in het verkeerde land geboren zijn. Van woeste zandvlaktes met wild galopperende appaloosa’s gaat mijn hart sneller kloppen, net als van exotische bloemenpracht en duizelingwekkende zonnegeuren.


Je familie kies je niet, al zien sommige mensen dat anders, een land ligt wat dat betreft soms iets meer binnen handbereik. Al zou ik Nederland het liefst een stukje opschuiven op de kaart en ergens tussen Spanje en Griekenland neerplanten, die zuidelijke mentaliteit volgt dan vanzelf wel. ‘Met wat temperament en passie wordt het leven een stuk leuker’, overpeins ik en moet meteen denken aan wat m’n fysiotherapeut laatst zei over mannen en mij. Ik neem nog een slok thee en een hapje brood terwijl ik naar retsina en Griekse boontjes verlang. Jammer dat m’n buitenlandse vriendin zo ver weg woont, anders was m’n eerste ik-overwin-nu-mijn-vliegangst-vlucht daarnaartoe gegaan.
Marjelle

Ik denk dat ik nieuwsgierigheid zo belangrijk vind omdat ik niet dood wil zijn van binnen. Ik wil de wereld zien door de ogen van een kind
Wende Snijders in Psychologie Magazine, okt. 2009

Fairytale Sara Bareilles