Tagarchief: slaaptekort

Als ik morgen doodga

De laatste tijd overvalt me steeds vaker een diep gevoel van melancholie. Over wat geweest is en niet meer terugkomt, het gemis van mensen en dingen. Een aai over je bol, tederheid. De situatie waarin ik de afgelopen maanden terecht ben gekomen na jarenlange burenoverlast is de druppel, alle ellende heeft zijn sporen achtergelaten. Ik zit klem tussen tafel en stoel, in een half bewoonbaar huis, vrijwel afgesneden van de rest van de wereld. De rek is eruit – de overleefstand aan. Ik werk alleen nog maar, probeer opdrachtgevers overal vandaan te halen zonder veel resultaat, kijk ’s avonds de domste programma’s, kauwgum voor het oog, leegte voor de ziel. Ook in m’n lijf zijn de sporen voelbaar.

Foto Witold Riedel

De afgelopen maanden denk ik veel aan de mensen die belangrijk voor me zijn geweest; met sommige heb ik jarenlang lief en leed gedeeld, met andere kortere periodes van verbondenheid gekend. Welke naam zou het eerst in me opkomen als ik vandaag te horen kreeg dat ik morgen doodga? H., A., of…? Van sommige mensen heb ik nooit echt afscheid kunnen nemen. Andere relaties zijn bizar geëindigd, ik denk aan H. die van de ene dag op de andere uit m’n leven wegwandelde ondanks twintig intense jaren. Ik heb hem nooit meer gezien. Ik denk ook aan het feest dat ik ooit voor al m’n exen had willen geven, leuk plan, maar praktisch onuitvoerbaar. Nog steeds lijkt het me een aardig experiment, al wil ik dan wel eerst een make-over. De tijd heeft z’n sporen overal verstrooid.
Marjelle

De dood is het grootste taboe Volkskrant 19-11-2013

Advertenties

Is it getting better or do you feel the same

‘You said love is a temple, love the higher law’, zing ik mee met Johnny Cash. Het geluid staat hard, zeer tegen mijn gewoonte in. Normaal ben ik heel rustig in huis – het woord thuis krijg ik niet uit m’n toetsenbord – en loop ’s avonds op zachte schoenen  door m’n nieuwe naoorlogse appartement, deuren op een kier voorzover dat kan, douche, keuken en living hebben nog geen deur. Nadat ik nu al een maandlang ’s ochtends vanaf kwart over zes uren wakker lig nadat de een na de andere buur deurenknallend is opgestaan, de muren zijn van karton en de vloer van hout, ben ik het meer dan zat. De benedenbuurjongen heeft een keiharde stem en praat aan een stuk door. Het is net of ik samenwoon met een wildvreemde. Zeer tegen mijn zin. Op sommige plekken kan ik hem letterlijk verstaan, de schelle stem boort zich door alles heen. Net als het basgeluid van de vader die halfdoof is aan een oor en het volume van de tv. Nu ben ik op het punt aanbeland dat ik in godsnaam dan maar zelf lawaai produceer. Om ze te overstemmen. Vlak na de verhuizing vroegen de buren of ik last van ze had. ‘Het is ontzettend gehorig’, zei ik, ‘de mannen kwaken overal doorheen’ – oké, dat laatste zei ik niet letterlijk – ‘en ik schrik elke ochtend wakker.’ Aangezien praten en in een latere fase stampen niet helpt, draai ik de volumeknop open. Vandaag voor het eerst. Zeer tegen mijn gewoonte in. Een mens moet wat. I want some peace. At last.
Marjelle

One Johnny Cash

In godsnaam dan maar

Doodmoe. De nachtmerrie waarin ik de afgelopen maand terechtkwam heeft sporen achtergelaten. Daar zit je dan in je nieuwe huis na een hectische verhuizing waar slapeloze nachten aan voorafgingen. Dat alles door grove nalatigheid en fouten van anderen. Makelaar, verhuurder, aannemer, klusvrouw. Ik kijk naar m’n slordig geverfde muren waar later de stukadoors ook nog hun stempel op hebben gedrukt, gele vlekken en gipssporen sieren het geheel op. Ik staar naar het chocobruine tapijt waarop je alles ziet, maar wat in die prijsklasse de enige kleur was die op voorraad was. Het móest allemaal in zes dagen geregeld worden. Omdat de verhuurder de offerte van de aannemer te hoog vond en vervolgens op vakantie ging. Waardoor de nieuwe plafonds er niet inzaten en allerlei gebreken niet verholpen waren.

1 augustus. De dag dat ik in een onbewoonbaar huis terechtkwam. Turboschakelen van plan a naar b en c. Mails sturen, bellen. Met makelaar, medewerkers, verhuurder. En weer het rijtje af. Wachten tot iemand eindelijk actie onderneemt. Nietsverhullende foto’s bijvoegen van de staat waarin het huis verkeert. Géén reactie. In godsnaam dan maar de voltallige directie mailen. De toon nog uitdrukkelijker, de urgentie druipt van de mail af. Eén gehaaste reactie. Een maand huur wordt kwijtgescholden. En dan is alles in orde. Nee. Ik dacht het niet. 2 ½ week later. Nog steeds geen datum dat de plafonds erin komen. Geen kans gehad om tapijt te laten leggen. Nog steeds geen verhuizers kunnen regelen. Op basis van de mededeling ‘de plafonds komen er zsm in’ kan ik geen verhuisdatum vaststellen.

Vandaag. Alle dozen zijn allang uitgepakt. Licht heb ik alleen in de living en koken doe ik bij een schemerlampje. Klusvrouw heeft de muren niet afgemaakt, maar ze wil wel twintig uur uitbetaald worden terwijl ze tien uur had geschat en tussentijds niets heeft gezegd. Erg naar. Ik krijg maagpijn als ik weer een sms’je van haar zie. Niet alleen heeft ze slordig werk geleverd, ze heeft zich ook aan vrijwel geen enkele afspraak gehouden. Pas op voor de beunhazen op Marktplaats. Als ik alles geweten had. De verhuurder die zich niet aan zijn afspraken hield. De makelaar die beweerde dat er geen buren onder me zaten. De buurman die halfdoof is aan een oor en HARD praat. Het gehorige huis. Maar het ergste vind ik dat ze elke dag zo vroeg opstaan. Onze ritmes zijn tegenpolen. Zij gaat al om kwart over negen naar bed. ’s Avonds tiptoe ik door het huis, laat deuren openstaan. ’s Ochtends word ik wakker van knallende deuren, meubels die over het laminaat schrapen. Waar heb ik dat eerder meegemaakt.
Marjelle

Sleepless in Rotterdam

Niet kunnen slapen omdat je piekert over die behandeling waar je tegen opziet of degene mist met wie je graag lepeltje-lepeltje wilt liggen terwijl je je ondertussen afvraagt hoelang je het nog volhoudt in dit huis vol stampende, schreeuwende, timmerende buren is erg. Maar wakker liggen omdat je na uren pijn niet meer weet in welke houding je je protesterende lijf moet leggen is erger. Het begon met rugklachten, wat na een maand resulteerde in een spitaanval waardoor normaal slapen niet meer mogelijk was. ‘Ik probeer m’n lichaam gewoon andere standjes bij te brengen’, dacht ik optimistisch.

Maar dat lijf van mij is eigenwijs en rolde steeds terug in de oude vertrouwde positie. Een van de gevolgen daarvan was dat de pijn in m’n rug verschoof naar m’n heup, over variatie had ik dus niet te klagen. Toen ik laatst onder vaardige handen genomen werd door de triggerpoint-therapeut verzuchtte ik ‘misschien moet ik in een hangmat gaan slapen!’ Waarna zich een geanimeerd gesprek ontspon over palmbomen en waterbedden. ‘Hoe het nu is?’ Door slaaptekort ben ik inmiddels zo hondsmoe dat het niet alleen m’n spieren negatief beïnvloedt maar ook m’n concentratie. M’n glimlach is dan ook een ietsjepietsje minder stralend dan voorheen.
Marjelle

Sleepless in Seattle

Foto Witold Riedel

Slaap lekker Diggy Dex ft. Eva de Roovere

'Godver!'


Vandaag werd ik weer wakker na een paar uur slaap, nu is dat niet zo erg, ik word al jaren een aantal keer per nacht wakker om vervolgens me nog eens lekker om te draaien en tevreden opgerold verder te dromen. Maar als je niet meer kunt slapen en de volgende ochtend nog vermoeider je bed uitstapt dan je erin ging, wordt het een ander verhaal. Die slopende moeheid begint me op te breken, ook al fiets ik mezelf er tot nu toe doorheen en sleep ik me aan mijn eigen haren het bed en de deur uit, zij het met grotere tussenpozen. Daarstraks merkte ik dat ik nu toch echt minder kan hebben dan normaal, wat je daar ook precies onder mag verstaan.

Op een gegeven moment hoorde ik vanmiddag weer een rollend stampend geluid boven me. De olifantjes noem ik tegenwoordig trouwens olifanten, want verkleinwoordjes maken de overlast geen millimeter minder. Je hebt het ook niet over ‘geluidjes’ als je bijna uit je vel springt van het gebons boven je kop. Ik niet in ieder geval. Daarnet klonk dus het geraas van een olifant die het balkon als oefenterrein had uitgekozen om z’n rolschaatskunsten op bot te vieren. Ik hoorde mezelf keihard vloeken (alsof dat enige zin heeft), ‘godverdomme* kutklootzakken!’ Voor een beetje vloeken draai ik m’n hand niet om, maar dat ik me zo liet gaan vind ik toch wel iets minder, hoewel zeer begrijpelijk gezien de lawaaierige context van de afgelopen negen maanden.

Door vermoeidheid, stress en irritatie moet m’n genuanceerde begripvolle ik af en toe even plaatsmaken voor m’n geïrriteerde opgewonden ik. Dan heb ik bijna zin om erop te slaan, bij wijze van, want dat dóe ik natuurlijk niet. Ik ben ‘netjes’ opgevoed, of dat veel geholpen heeft is ook weer een ander verhaal. Hans zei weleens lachend ‘ben jíj nu een dame?’ waarop ik hem grinnikend met m’n liefste Bambi-ogen aankeek. Verbaal kan ik dus weleens heel direct zijn, maar vliegen doe ik geen kwaad.
Daarnet heb ik PWS, de woningbouwvereniging gebeld, ik was het zo zat. ‘Stuur maar een brief’, kreeg ik enigszins nors te horen en op mijn vraag over bemiddeling bij eventueel nieuwe woonruimte zoeken werd ik doorverwezen naar de woningkrant. ‘Dat schiet lekker op met een wachttijd van een paar jaar’, dacht ik. Ik liep de deur uit, naar buiten, op de fiets, even weg in eigen stad.
Marjelle

Muziek: Beautiful Eminem
"But don’t let them say you ain’t beautiful
They can all get fucked, just stay true to you"

*rododendron onschuldig

In plaats van rolschaatsende olifanten, een paar rustgevende plaatjes


Shop till you drop!

‘Uitgerekend op de warmste dag van het jaar ga ik met m’n paradevriendin winkelen’, bedenk ik op de fiets ernaartoe. Wel lief aangeboden van haar, ze weet dat bepaalde interieuronderdelen dringend aan vervanging toe zijn en dat ik zonder stok achter de deur het niet kan opbrengen om in-m’n-eentje-en-autoloos dat soort dingen te regelen.
Bank, tafel en livinggordijnen zijn al langer aan het einde van hun Latijn (anders ik wel).

Verhit stap ik in haar pikzwarte auto die zich qua kleur nog niet aan de zomer heeft aangepast. Onderweg met het raam wijdopen voel ik de verkoelende wind op m’n bezwete gezicht. Foto’s maken vanuit een rijdende auto is ook weer een vak apart, wel leuk om uit te proberen. De weg naar perfectie is hobbelig en gelukkig eindeloos, de perfecte foto is even saai als de perfecte man.


‘Eindelijk na al die jaren weer in Delft’, zeg ik tegen m’n vriendin als de auto langzaam het Ikeaterrein oprijdt. Braaf loop ik achter haar aan naar binnen, terwijl ze op zoek gaat naar de kortste route. Zonder haar was ik er waarschijnlijk nu nog. Na uren lopen, kijken, voelen en overleggen (god, wat mis ik dat), komen we ten slotte bij de banken terecht. Inmiddels heb ik al gordijnen gekocht in een andere kleur dan ik van plan was, nu moet ik nog een leuke opvolger zien te vinden voor m’n tot op de draad versleten bankje waarop ik zoveel lief en leed met H. en later J. gedeeld heb.

Het zal opnieuw leer worden, een rodewijndrinker als ik op een stoffige crème bank zetten is vragen om ongelukken. Verbaasd kijk ik naar de prijzen, ‘wat zijn die dingen duur!’ M’n vriendin oppert dat ik misschien beter later kan beslissen aangezien het ook al niet mijn kleuren zijn. Ik voel een stoot adrenaline door m’n lijf gaan en zeg vastbesloten ‘ik ga hier niet weg voordat ik een bank, tafel en gordijnen heb!’

‘Oké’, antwoordt ze grinnikend, ‘welke wordt het dan, de rode of de zwarte?’ Even komt alles als in een mist voorbij, de blauwgroene veloursgordijnen, de vermoeidheid tot op het bot en de hitte van de dag die m’n brein benevelt – later bij de kassa krijg ik een blackout en weet m’n eigen telefoonnummer niet eens. Ik zeg ‘what the hell, ik neem die’.
Van Delft heb ik helaas geen glimp opgevangen, de volgende keer ga ik echt de stad ín.
Marjelle

Muziek: Rock till you drop