Tagarchief: parade

Shop till you drop!

‘Uitgerekend op de warmste dag van het jaar ga ik met m’n paradevriendin winkelen’, bedenk ik op de fiets ernaartoe. Wel lief aangeboden van haar, ze weet dat bepaalde interieuronderdelen dringend aan vervanging toe zijn en dat ik zonder stok achter de deur het niet kan opbrengen om in-m’n-eentje-en-autoloos dat soort dingen te regelen.
Bank, tafel en livinggordijnen zijn al langer aan het einde van hun Latijn (anders ik wel).

Verhit stap ik in haar pikzwarte auto die zich qua kleur nog niet aan de zomer heeft aangepast. Onderweg met het raam wijdopen voel ik de verkoelende wind op m’n bezwete gezicht. Foto’s maken vanuit een rijdende auto is ook weer een vak apart, wel leuk om uit te proberen. De weg naar perfectie is hobbelig en gelukkig eindeloos, de perfecte foto is even saai als de perfecte man.


‘Eindelijk na al die jaren weer in Delft’, zeg ik tegen m’n vriendin als de auto langzaam het Ikeaterrein oprijdt. Braaf loop ik achter haar aan naar binnen, terwijl ze op zoek gaat naar de kortste route. Zonder haar was ik er waarschijnlijk nu nog. Na uren lopen, kijken, voelen en overleggen (god, wat mis ik dat), komen we ten slotte bij de banken terecht. Inmiddels heb ik al gordijnen gekocht in een andere kleur dan ik van plan was, nu moet ik nog een leuke opvolger zien te vinden voor m’n tot op de draad versleten bankje waarop ik zoveel lief en leed met H. en later J. gedeeld heb.

Het zal opnieuw leer worden, een rodewijndrinker als ik op een stoffige crème bank zetten is vragen om ongelukken. Verbaasd kijk ik naar de prijzen, ‘wat zijn die dingen duur!’ M’n vriendin oppert dat ik misschien beter later kan beslissen aangezien het ook al niet mijn kleuren zijn. Ik voel een stoot adrenaline door m’n lijf gaan en zeg vastbesloten ‘ik ga hier niet weg voordat ik een bank, tafel en gordijnen heb!’

‘Oké’, antwoordt ze grinnikend, ‘welke wordt het dan, de rode of de zwarte?’ Even komt alles als in een mist voorbij, de blauwgroene veloursgordijnen, de vermoeidheid tot op het bot en de hitte van de dag die m’n brein benevelt – later bij de kassa krijg ik een blackout en weet m’n eigen telefoonnummer niet eens. Ik zeg ‘what the hell, ik neem die’.
Van Delft heb ik helaas geen glimp opgevangen, de volgende keer ga ik echt de stad ín.
Marjelle

Muziek: Rock till you drop

Spinvis – Leuke mannen bestaan wél!

De avond begon al meteen verkeerd. Een half uur en één beker witte wijn later stond ik op het punt naar huis te gaan. E. had me meegevraagd naar de Parade. Omdat ik afleiding heel goed kon gebruiken, zei ik ja, al ben ik nooit een festivalganger geweest, ik hou meer van klein & knus. Om half acht zou ik bij het Orkater-Sadists-podium zijn, ik had alleen niet gerekend op een lange rij in de zon en sloot geduldig achter aan. Eenmaal door de controle haalde ik nog snel wat te drinken, ‘die paar minuten maakt niet uit’, dacht ik.

Tot mijn verbazing bleek het geen open podium maar een tent waarin het optreden al in volle gang was. Ik kon het aardige meisje niet vermurwen om me alsnog binnen te laten, want dat zou de voorstelling verstoren, zei ze. Aangezien de act pas over een uur afgelopen was, besloot ik m’n kaartje in te wisselen en terug te gaan naar huis. Ik voelde me in die lachende, pratende mensenmassa extra alleen. Toen ik opnieuw in de nu nog langere sliert voor de kassa stond, zag ik opeens een pijl naar het Natuurhistorisch Museum. In een opwelling besloot ik ernaartoe te lopen ondanks m’n hekel aan wandelen, ik herinnerde me de grote kraai voor de glazen pui die ik graag op de foto wilde zetten.

Een paar minuten later was ik het gemiste optreden en kaartjesgedoe alweer vergeten toen ik rechts van mij een idyllisch plaatje zag, glooiend gras, bruggetjes, beelden glinsterend in de avondzon, snaterende eenden en zonnebadende mensen, voor het eerst zag ik het Museumpark, Rotterdam op z’n groenst. Het enige dat de idylle verstoorde was het woeste geblaf van rondspringende honden, voor mij een reden om snel verder te gaan. Al hou ik veel van dieren, sommige kom ik liever niet tegen. Ik kwam terecht bij het museum waar de kraai er nogal futloos bij stond, maar de venusbenen in de tuin m’n fotohart iets sneller deden kloppen.

Nadat ik weer herenigd was met E. en M. en we eensgezind aan wijn en bier zaten, bleek Spinvis een kwartier later op te treden. ‘Leuk!’ zei ik, ik ken hem nog van nummers als Bagagedrager en Aan de oevers van de tijd. Die veertig minuten in een donkere NAI-zaal maakten even alles goed, zijn warme stem, sympathieke uitstraling, intelligentie vermengd met humor en het iets onhandige-lieve; een mooi optreden, beter en indringender dan de cd. Ik kreeg zin om te dansen, verliefd te worden en dacht ‘zie je wel, leuke mannen bestaan nog!’ Alleen jammer dat ik ze niet tegenkom.
Marjelle