Tagarchief: Marten Toonder

Waar is m’n harde schijf?

Vreemde klanken zoemen rond in m’n oor, de buurvrouw naast me heeft beslist een andere smaak dan ik. Slaperig doe ik één oog open, hoe laat zou het zijn? De display knippert 08:30. Zaterdagochtend, de enige dag dat ik niet door een schreeuwende buurjongen gewekt word, ook nu komt er van uitslapen niks terecht. Ik probeer me niet op te winden, maar dat lukt maar half. Uiteindelijk verman ik me en zing in arren moede met het nummer mee. ‘I love you sóóó much’. Ze zal het niet expres doen, houd ik mezelf voor. Sommige mensen die hier wonen zijn zo gewend aan hun eigen lawaai dat ze het niet meer horen lijkt het wel. Zoiets zei ook de andere buurvrouw die ik laatst tegenkwam. Nee, niet het hysterische mens wat me bijna aanvloog. Een aardigere variant. Ik draai me weer om, dekbed tot ver over m’n oren getrokken en begin te woelen in bed. Hoe harder ik heen en weer rol hoe minder ik hoor. Sinds ik hier woon heb ik al diverse woelrecords gebroken, 4 uur bijna non-stop is het langste.

Foto gemaakt in de Bibliotheek Rotterdam

Het doordringende geroep van de buurjongen overstemt plotseling de muziek, ik voel meteen de adrenaline stijgen. De ontelbare keren dat ik de afgelopen paar maanden urenlang naar zijn geschreeuwde monologen heb moeten luisteren hebben hun sporen achtergelaten. M’n lichaam verkrampt. Met een grote knal wordt even later de buitendeur dichtgesmeten. Gelukkig, ze zijn weg. Ik denk aan het huis wat ik gisteren bekeken heb in het Nieuwe Westen. Beneden was een slager net hardhandig het vlees aan het bewerken. De man die er woonde vertelde dat hij er haast vegetariër door geworden was. Het slagersgeweld was voor hem dan ook de reden om te verhuizen. Ik begreep precies wat hij bedoelde. Later kwam de beheerder langs, eerlijk zonder franje. Het tegenovergestelde van de Woonvisie-makelaar die me in juli dit huis ingelogen heeft. Er zouden geen benedenburen zijn, de nieuwe plafonds zouden er inzitten… Ik moet nog steeds die 605 euro aan ‘bemiddelingskosten’ zien terug te krijgen.

De verhuurder vertelde mij recent dat ook hij deze kosten moest betalen. Over van twee walletjes eten gesproken. Ik schud alle gedachten van me af en besluit me op m’n werk te concentreren. De puzzelposter die ik een tijd geleden gemaakt heb was leuk, mijmer ik. Het bestand staat op m’n externe harde schijf die ik na de verhuizing niet meer heb gezien. Het volgende kwartier vlieg ik door alle kasten en laatjes, steeds koortsachtiger, want er staan belangrijke scripts op. Geen harde schijf te vinden, waar kan dat ding nou gebleven zijn? Als laatste kijk ik in m’n laptoptas en jawel hoor, daar is-ie. De vreugde blijkt echter van korte duur, na een uur komt er een eng virus binnen wat AVG niet kan verwijderen. Ik heb nog nooit zo snel een externe schijf uit de pc getrokken. Morgen ga ik op zoek naar een handige M/V virusbestrijder. Als ik me even later bij de cv wil gaan opwarmen voelt die ijskoud aan. Ik pak de telefoon en bel de storingsdienst— een paar uur later spuit het water over m’n nieuwe laminaatvloer en klettert er 40 liter naar beneden bij de buren.
Marjelle