Tagarchief: eng

‘Dat vind ik vervelend om te horen’

Het is een warme benauwde zondag en ik heb geen plannen. Er komt een zinnetje in me op, ‘een dag met ongekende mogelijkheden ligt voor je’. Gelukkig is er niemand in de buurt die dat soort dingen zegt, alsjeblíeft niet vandaag, niet nu. Jammer genoeg is er niemand in de buurt.
Ik voel die golf van verdriet, dat gevoel van niet-verbonden-zijn weer omhoog komen. ‘Doe íets’, zeg ik tegen mezelf, ‘anders wordt het alleen maar erger’. Ik begin aan een mail naar een vriendin in het buitenland waar ik de afgelopen maanden erg weinig van gehoord heb door drukte, tegen haar kan ik bijna alles zeggen.

Weer komt de gedachte in me op om nu eindelijk A., een goede vriend van H. te bellen en hem mijn kant van het verhaal te vertellen. Hoe er acht maanden geleden na vijfentwintig jaar abrupt een eind kwam aan de relatie met m’n allerbeste maatje ooit. Liefde bestaat wel. Alles kan kapot.
‘Nee’, denk ik, ‘ik voel me nu te slecht om dat soort dingen te doen, straks barst ik nog in huilen uit’. Maar als ik me beter voel, doe ik het niet, besef ik. Ik loop naar m’n oude adresboekje vol geesten uit het verleden en tik A.’s nummer in, terwijl de telefoon overgaat voel ik m’n hart bonzen. Hij gaat eindeloos over, A. is niet thuis.


Zonder na te denken zoek ik het nummer van P. op, een ex-vriend waar ik heel lang bevriend mee ben geweest en die ik ook mijn visie wil geven. Ik heb hem meer dan zeven jaar niet gesproken en klik op het bel-icoontje. Een paar seconden later hoor ik zijn vertrouwde stem weer.
‘Met Marjelle’, zeg ik, ‘ik hoop dat je nu niet van je stoel valt als je daar tenminste op zit!?’ Het is heel even stil, hij lacht, ‘nee, maar ik ben wel verbaasd om jóu te horen’. Hij blijkt niet veel te weten over de breuk behalve dat die er is. ‘Je kent H.’, zegt hij, ‘hij praat daar weinig over’. Ik vertel hem mijn kant, hij luistert, af en toe kom ik niet uit m’n woorden, de emotie slaat op m’n stem. Midden in m’n verhaal wordt de verbinding verbroken met een ‘probeert u het later nog een keer’, dat gebeurt daarna nog twee keer. Ik denk weer aan Murphy die me het afgelopen jaar blijft achtervolgen.

Hij klinkt als altijd, alsof ik hem gisteren nog gesproken heb en hij voelt dat ook zo. Het gaat goed met hem. ‘Jij hebt je draai gevonden’, zeg ik. Dat is mooi, denk ik erachteraan, zonder wrok of verwijten. Op het einde vraagt hij hoe het met mij gaat. Ik vertel het hem eerlijk, hij is even stil, zoekt naar woorden, ‘dat vind ik vervelend om te horen, nou ja, het is natuurlijk veel vervelender voor jou dat het zo is’. Ik hoor iets van emotie in z’n stem als hij zegt ‘ik wou echt dat het beter met je ging’, en ik weet dat hij het meent. We wensen elkaar het beste, hij moet lunchen met vrouw en drie stiefzoons en ik moet niets. Ik leg de telefoon neer en laat m’n tranen de vrije loop.
Marjelle

Cuby and the Blizzards