Tagarchief: dakterras

Hélemaal gewéldig!


Op een terrasje

A: ‘Dit doe je echt vanuit je passie en dan lijkt het geen werk. Dat maakt het anders. Als het gewoon om werk gaat dan wil je er genoeg voor verdienen.’
B: ‘O ja, ja.’
A: ‘Dat je echt moet uitkijken of je iets doet omdat je het zelf wilt of omdat je er wat mee verdient. Dat je het voor eigen zingeving fijn vindt.’
[Ze herhaalt zichzelf nog een aantal keer]
B: ‘Ja, ja.’
[Paar zinnen vallen weg door overvliegende helikopter]
A: ‘En inderdaad dat je denkt een vrijdag is toch een dag voor nieuwe uitdagingen. Nou ja, ik zeg maar wat.’
[A en B lachen]
A: ‘Dat terras bij Weimar is ook zó leuk! Maar ja we hebben vorige keer al bij Weimar gegeten…’
[B probeert ertussen te komen]
A ratelt door: ‘O ja, die Splashtours, eíndelijk gedaan! Hartstikke leuk, joh, helemaal gezellig! Ik vond het helemaal prima, als het niet plenst van de regen vind ik alles best.’
B: ‘Wat leuk–‘
A: ‘Wij gaan samen toch ook nog een weekendje weg, hé, zin in!’
B: ‘Zullen we dat het weekend van de 27ste doen of moet je dan vakantie opnemen?’
A: ‘Nee joh, geen vakantiedagen, vind ik zónde, maar gewoon snípperrr!’
Marjelle

Foto gemaakt in de Laurenskerk

‘Ik geef je tien tellen’

‘Ik geef je tien tellen. Tien tellen. En dan trap ik de deur in. Ik zweer het je.’*
Nooit gedacht dat ik zo kwaad zou kunnen worden op een vreemde, m’n handen trillen en ik moet me bedwingen om ‘m niet meteen finaal in te trappen. Wat denkt die klootzak wel, dat ik bang voor hem ben. Inmiddels is de woede vele malen groter dan de angst. ‘Ik ben het zat’, schreeuw ik, ‘mijn grens is nu echt bereikt, ophouden godverdomme!’ Ik hoor iemand vloeken in een taal die ik niet versta, maar de toon spreekt boekdelen. Vervolgens begint een kind te huilen. Dat geluid brengt me weer bij m’n positieven. Wat een ellende flitst het door me heen, hoe kunnen dingen zo escaleren terwijl je vanaf het begin hebt geprobeerd de vrede te bewaren. M’n boosheid begint langzaam af te nemen, die kinderen kunnen er ook niets aan doen. Met zulke ouders leer je niet wat het is om rekening te houden met anderen, hun voorbeeld is er een van stampen, gillen en slaan met deuren.

Ze weten ook dat als hun papa het echt op z’n heupen krijgt hij keiharde muziek opzet en de drumsalvo’s door de galerij gieren. Ik herinner me nog goed de lege blik waarmee zijn vrouw me aankeek me toen ik haar vertelde hoeveel last ik had van hun dagelijkse gespring en gestamp op de kale laminaatvloer en hoeveel peertjes er inmiddels al waren gesneuveld onder hun voeten. Ze glimlachte vaag en zei dat ik maar een briefje in de bus moest gooien als ik weer last had. Ik geef nog een schop tegen de deur waarachter het inmiddels muisstil is geworden en roep ‘klootzak’, maar met veel minder overtuiging dan daarnet. Ik voel me vooral verdrietig nu, gevangen op eenhoog in Rotterdam, vier mensen boven me, zes mensen onder. Ik wil mijn leven terug, denk ik.
Iemand nog een rustige etage te huur?
Marjelle

*(Deels fictief) verhaal n.a.v. een schrijfoefening op Schrijven Online