Categorie archief: Beer

Een eenzame stoel

De verhuizers zouden vrijdag rond 12.00 uur komen inpakken. Na een telefoontje en een aantal uur vertraging staat de eerste verhuisman dan toch voor de deur. ‘Wat kan er allemaal mee aan meubilair?’ vraagt hij tussen neus en lippen door. ‘Mee?’ papegaai ik, ‘de afspraak was dat jullie alleen maar dozen zouden inpakken en maandag alle spullen verhuizen.’ Hij kijkt opeens een stuk minder vriendelijk, ‘dat heeft de planner dan echt niet goed doorgegeven, want anders redden we het maandag niet.’ Koortsachtig probeer ik te bedenken welke meubels mee kunnen en welke niet. Dit is niet bepaald de soepele verhuizing die me beloofd is en waar ik veel geld voor betaal. Sowieso al vervelend genoeg dat er bijna drie dagen zitten tussen het inpakken van de dozen en de verhuisdatum. Even later is er geen tijd meer om na te denken, de ene na de andere verhuisman valt binnen.

In de chaos ben ik vooral bezig met in de gaten houden of ze niet de verkeerde dingen naar buiten slepen. Ze hebben meer oog voor elkaar dan voor mijn spullen en ik vraag me af of ik eenmaal in Tilburg wijs zal worden uit de cryptische omschrijvingen op de stickers. Degene die dit heeft gepland – op het hoogtepunt staan er zes man elkaar in de weg te lopen – heeft toch echt het verkeerde beroep gekozen. Inmiddels is het rustig geworden, de mannen zijn vertrokken en hebben een spoor van lege dozen en onbeschreven stickerbladen achtergelaten. Wat is het hier opeens kaal. Ik ga op de roodleren bank zitten en kijk om me heen. Alle kasten zijn verdwenen, geen enkel boek of cd’tje meer te zien, in de werkkamer staat alleen nog een bureau. Een eenzame rieten stoel tegenover me, zijn soortgenoot zit al in de verhuiswagen.

Wassen kan ik niet meer, ook de wasmachine en droger zijn weg. Op de plek waar de kledingkast stond, staat nu een doos met wat kleren en handdoeken voor de komende dagen. Eén keukenkastje is nog gevuld zodat ik niet van honger omkom. Als even later een kennis komt helpen met een paar lampen blijkt dat ook de trap meegenomen is. P. balanceert vervaarlijk op het salontafeltje terwijl hij een spotje van het plafond af probeert te halen. ’s Avonds loop ik door de donkere gang, de keuken wordt slechts verlicht door één led-lampje wat ik vanmiddag nog even snel bij Blokker heb gehaald. In het halfdonker bak ik gehakt en denk na over vrienden die het af hebben laten weten, de komende verhuizing, de onbeantwoorde mail over schadevergoeding aan verhuurder Grouwels en de oplevering van dit huis. Dan kom ik weer oog in oog te staan met dezelfde makelaar die afgelopen augustus een onbewoonbaar huis opleverde.
Marjelle

Foto’s Beer: Witold Riedel

Als ik morgen doodga

De laatste tijd overvalt me steeds vaker een diep gevoel van melancholie. Over wat geweest is en niet meer terugkomt, het gemis van mensen en dingen. Een aai over je bol, tederheid. De situatie waarin ik de afgelopen maanden terecht ben gekomen na jarenlange burenoverlast is de druppel, alle ellende heeft zijn sporen achtergelaten. Ik zit klem tussen tafel en stoel, in een half bewoonbaar huis, vrijwel afgesneden van de rest van de wereld. De rek is eruit – de overleefstand aan. Ik werk alleen nog maar, probeer opdrachtgevers overal vandaan te halen zonder veel resultaat, kijk ’s avonds de domste programma’s, kauwgum voor het oog, leegte voor de ziel. Ook in m’n lijf zijn de sporen voelbaar.

Foto Witold Riedel

De afgelopen maanden denk ik veel aan de mensen die belangrijk voor me zijn geweest; met sommige heb ik jarenlang lief en leed gedeeld, met andere kortere periodes van verbondenheid gekend. Welke naam zou het eerst in me opkomen als ik vandaag te horen kreeg dat ik morgen doodga? H., A., of…? Van sommige mensen heb ik nooit echt afscheid kunnen nemen. Andere relaties zijn bizar geëindigd, ik denk aan H. die van de ene dag op de andere uit m’n leven wegwandelde ondanks twintig intense jaren. Ik heb hem nooit meer gezien. Ik denk ook aan het feest dat ik ooit voor al m’n exen had willen geven, leuk plan, maar praktisch onuitvoerbaar. Nog steeds lijkt het me een aardig experiment, al wil ik dan wel eerst een make-over. De tijd heeft z’n sporen overal verstrooid.
Marjelle

De dood is het grootste taboe Volkskrant 19-11-2013

Beer wil meer!

‘Schaam je je soms voor mij?’ vraagt Beer enigszins gepikeerd. Ik kijk hem verbaasd aan, ‘hoe kom je daar nu toch bij!’ Hij trekt opeens een verdrietig snuitje en bromt iets in de trant van ‘ik was altijd welkom op het VK-blog, maar mag-niet meebloggen op WordPress.’ Opgelucht haal ik adem. ‘Dat is een misverstand, Beer, natuurlijk ben je hier hartstikke welkom, ik heb alleen zoveel aan m’n hoofd dat ik er niet meer aan gedacht heb om dat tegen je te zeggen. Gelukkig begin je er zelf over, ik heb er een hekel aan als mensen dingen voor me invullen zonder iets te vragen.’ Hij knikt instemmend, ‘daar hou ik ook niet van, het leven is al moeilijk genoeg zonder dat je je tegen de breinspinsels van anderen moet gaan verdedigen.’

Die opmerking doet me denken aan een recente ervaring met een blogger, zelden heb ik meegemaakt dat iemand vrijwel alles wat ik schreef zo volledig uit z’n verband rukte, humoristische opmerkingen steeds letterlijk nam en telkens om de kern heen draaide. Het heeft me iets voorzichtiger gemaakt in het initiële contact met mensen, dit soort personen zuigt alle energie uit je– Beer knijpt in m’n arm, ‘waar zit je met je hoofd?’ vraagt-ie. ‘Nou, niet bepaald in de wolken’, grinnik ik, ‘een aantal nare herinneringen kwam weer boven, maar laten we aan leuke dingen denken, waar heb jij zin in?’ Hij denkt geen seconde na en roept ‘in honing natuurlijk!’
Marjelle

As Jy Weer Skryf Chris Chameleon (tekst Ingrid Jonker)

Foto Witold Riedel

Meer Beer o.a. in:
‘Wát ga je doen?’
Ik heb zo’n zin in je!
Turkse buurtflarden

Ik heb zo’n zin in je!

Vannacht moest ik weer om mezelf lachen, ik heb in m’n leven al meer vreemde dingen uitgehaald, sommige vertel ik misschien nog wel een keer, andere niet. Ik stond op het punt naar bed te gaan, deed eerst nog een rondje langs de gordijnen, zette m’n mobieltje uit en gewone telefoon op speechless, wierp nog een laatste blik op m’n pc voordat ik ook die afsloot en klikte vervolgens alle lichten uit. Ik keek op de klok, het was hoogste bedtijd, Beer lag allang op één oor.

Hoe het kwam weet ik niet, maar opeens voelde ik een drang om de ijskast open te doen en stond oog-in-oog met een macaronischotel. Resoluut deed ik de deur weer dicht en liep naar m’n slaapkamer, onderweg hield ik stil, de pasta lonkte, al waren het maar een paar happen, ik moest en zou ze proeven. Toen ik mezelf daar zo zag staan, half vier ’s nachts met één been al bijna in bed smachtend naar macaroni, moest ik lachen. Ik herinnerde me weer die keer in dat verlaten huis ergens op het uitgestorven Franse platteland terwijl het bliksemde en donderde, de telefoon afgesloten leek en de enge kettinghond buiten zich schor gromde, maar dat is een heel ander verhaal en niet echt om te lachen.

Opeens zag ik mezelf teruglopen, het bakje uit de ijskast pakken, de magnetrondeur opendoen, het bakje erin leggen, na het vijfminutenpiepje er weer uithalen en de dampende macaroni op een wit ontbijtbordje scheppen. Ik nam een hap, en nog één en dacht ‘mmm–‘, op dat moment stak een slaperige Beer z’n gapende snuitje om de hoek. Hij kwam kijken wat ik allemaal aan het uitspoken was midden in de nacht. Toen hij mij met een mondvol macaroni zag, bleef hij bijna in z’n gaap steken. Hij keek me aan en riep ‘voel jij je wel helemaal lekker!’ Ik glimlachte en zei ‘ik had er gewoon zo’n zin in.’
Marjelle

Scar Tissue Red Hot Chili Peppers

Foto Witold Riedel

‘Wát ga je doen?’

Beer en ik zitten op de bank, ik op de iets doorgezakte helft, hij aan de andere kant. Ik denk aan het voorstel van m’n docente Frans om deze week ook een woensdagles te volgen omdat ze m’n niveau te hoog vindt voor de dinsdaggroep. Twee lesavonden achter elkaar vind ik wel erg veel en om nu weer midden in een ons-kent-ons-groep te vallen is niet echt m’n favoriete bezigheid al loopt het als een rode draad door m’n leven. Die studie bijvoorbeeld waar ik toentertijd midden in het jaar mee begon, de colleges voor diverse vakken waren allang voorbij waardoor ik een programma-op-maat had met overwegend mondelinge tentamens. De eerste medestudenten zag ik pas na een maand of acht, wat niet in alle gevallen een nadeel bleek.

Allerlei gedachten schieten door m’n hoofd. ‘Beer, ik volg die extra Franse les volgende week wel, want ik moet ook nog naar–‘, en ik mompel iets onverstaanbaars.‘Ik wist niet dat je dan weg was’, reageert hij verbaasd.
‘Ja, ik ga speedd…’, zeg ik binnensmonds.
‘Wát ga je doen?’ roept hij verschrikt en laat bijna z’n theebeker uit z’n pootjes vallen.
‘Speeddaten’, antwoord ik met een inmiddels rood hoofd.


Beer begint te lachen
.
‘Ik wil méé’, zegt hij, ‘ik wil weleens zien hoe je dat aanpakt! Je houdt toch helemaal niet van prietpraat’, vervolgt hij, ‘wat denk je dat je in drie minuten kunt zeggen of horen wat interessant is?’
‘Het was meer een opwelling nadat iemand erover verteld had’, leg ik hem uit, ‘soms moet je dingen doen die je eng vindt, over drempels heen en het leek me ook leuk als een soort van psychologisch experiment. Even wat anders dan in de kroeg hangen, al doe ik dat bijna nooit. De plannenmaakfase vind ik vaak veel leuker dan de doefase’, ga ik door, ‘deze keer vraag ik me ook af waar ik in godsnaam aan begin, ik vind het doodeng.’

Hij knikt instemmend en zegt peinzend
‘een van de eerste vragen gaat waarschijnlijk over werk, heb je erover nagedacht hoe jij in een halve minuut kunt vertellen dat je geen baan hebt zonder dat die ander gelijk wegsprint? En dan heb je nog precies één minuut om te vertellen wat er dan zo leuk aan je is’, zegt hij met een grote grijns op z’n snuitje.

‘Die paar minuten zijn natuurlijk veel te kort om dat soort dingen aan een wildvreemde uit te leggen die geen context kent’, antwoord ik,‘bovendien ben ik soms onhandig eerlijk als het mezelf betreft.’
‘Wat is jóuw eerste vraag?’ informeert hij nieuwsgierig.
‘”Wat bezielt je?” ligt op het puntje van m’n tong, maar dat zég ik natuurlijk niet’, stel ik hem meteen gerust.Misschien neem ik een watertaxi ernaartoe, ik zie me alweer full speed door de haven schuimen. Dat deeltje van de avond is in ieder geval leuk.’
Marjelle

Coldplay

Foto Witold Riedel

Turkse buurtflarden

Binnen
Ik kijk naar de strakblauwe lucht. Het liefste zou ik nu samen naar een van de vele terrasjes gaan die Rotterdam rijk is, maar een paar vriendinnen hebben andere dingen te doen. De laatste jaren heb ik door veranderde omstandigheden
zoveel, ook praktische dingen alleen moeten doen, vaak met bloed, zweet en tranen; te veel weet ik. In sommige situaties is de drempel die je ook letterlijk in je eentje over moet erg hoog hoezeer je ook probeert je onzekerheid te verbergen achter je meest stoere blik. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld als in deze periode, soms kom je niet op de bodem terecht, maar ga je er dwars doorheen.
~
~~
Met de fiets
Snel trap ik langs de overvolle terrasjes aan de Oude Haven. Flink m’n frustraties en onrust afreageren door zo hard mogelijk te gaan en iedereen voorbij te vliegen. Beer moet er altijd om lachen als ik dat doe, voor hem is een slakkengangetje al uptempo. Ik besef dat uitgerekend op paasmaandag een terrasje geen goed idee is, als je al niet in een dip zit zou je er acuut een krijgen.
‘Soms moet je over grenzen heen’, zegt Beer naderhand, ‘en soms moet je ze juist bewaken.’ Een beetje belerend is-ie wel af en toe.
Ik glimlach.
~~~
Op het balkon

Als ik de telefoon neerleg, vang ik Turkse buurtflarden op. Marokkaanse Leila had ik aan de lijn, niet alleen heeft ze een sprookjesachtige naam, ze klinkt ook aardig. Ze vertelde onder andere dat ze iemand miste om Frans mee te praten. Ik riep verbaasd dat ik over een week met een cursus van Alliance Française ga beginnen. Leuk om eindelijk wat nieuws te leren besef ik weer, dat wil ik op meer gebieden. Nieuwe impulsen, uitdagingen, tegenwicht, verbondenheid, ik mis het zó, maar nog meer mis ik liefde, aanraking en tederheid. We zijn allebei blij dat we iemand hebben gevonden om onze kennis van Frans op uit te leven. Zonder te zoeken. Zo gaat dat soms, of het nu om een taal gaat, inspiratie of een man.
‘Wie zoekt komt alleen zichzelf tegen’, bromt Beer vanuit de deuropening, hij is écht op dreef vandaag.
Ik glimlach weer.
~~~
Beer en ik
We zitten nu voor het eerst sámen op het balkon. Ik probeer angstvallig de laatste lentestraaltjes op te vangen, Beer boeit dat allemaal niet, die is al bruin genoeg van zichzelf en kruipt nog wat dichter tegen me aan. Míjn boom heeft haast ongemerkt prilgroene blaadjes gekregen en ik probeer er met m’n nieuwe telefoonspeeltje een foto van te maken. Terwijl ik daarmee bezig ben, kijk ik opeens recht in het norse gezicht van een man die net onder m’n balkon doorloopt.
Beer steekt z’n tong tegen hem uit en denkt dat ik het niet zie. Zag ik dat soort zaken maar niet, overpeins ik, of mensen nu hun broek ophijsen, aan hun kont krabben, dat zijn juist altijd de eerste dingen waar m’n oog op valt.
Marjelle

Who wants to live forever Queen